Kachelmonitor 2026

Vervanging van oude houtkachels kan houtrook bijna halveren, stedelijke stookverboden raken nog geen 2 procent

Analyse van openbare emissiedata (RIVM, TNO, PBL): zelfs als alle vier de grote steden het Utrechtse stookverbod kopiëren, verdwijnt nog geen 2 procent van de landelijke houtrook. Vervanging van open haarden en verouderde kachels pakt bijna de helft, en levert de stoker zelf geld op.

Door Michael Janssen, expert schoorsteen- en rookkanaaltechniek · Gepubliceerd 18-08-2026· Data: Emissieregistratie 2023, PBL/TNO 2025 · Methodologie

−1.700 ton
minder fijnstof (PM2,5) per jaar bij vervanging van alle oude toestellen, bijna de helft van het totaal (bandbreedte 1.400–1.900 ton)
< 2%
van de landelijke houtrook valt onder een stookverbod in alle vier de grote steden samen (63 van de 3.702 ton per jaar)
€200 mln
aan vermeden gezondheidsschade per jaar (o.b.v. CE Delft-milieuprijzen, eigen berekening)

Het onderzoek in het kort

Het debat over houtstook gaat steeds vaker over verbieden: Utrecht wil vanaf 2030 houtstookvrij zijn en Amsterdam onderzoekt eigen regels. De Kachelmonitor rekent op basis van openbare data uit wat de twee routes die daadwerkelijk op tafel liggen opleveren: lokale stookverboden, of landelijke vervanging van de oudste toestellen.

De uitstoot van houtstook concentreert zich bij een kleine groep oude toestellen. Open haarden veroorzaken circa een kwart van alle houtrook-fijnstof, terwijl er maar 6 tot 7 procent van het stookhout in verdwijnt. Samen met kachels van vóór de moderne keuringseisen zijn de oudste toestellen goed voor 50 tot 65 procent van de totale uitstoot. Een moderne Ecodesign-kachel stoot per eenheid warmte ruim 80 procent minder fijnstof uit dan zo'n oud toestel.

Fijnstofuitstoot per toesteltype
PM2,5-emissiefactor in gram per gigajoule brandstof
Open haard637 g/GJConventionele kachel507 g/GJVerbeterde kachel221 g/GJDINplus-kachel129 g/GJEcodesign-kachel93 g/GJPelletkachel30 g/GJ

Bron: TNO-emissiefactoren, in: PBL/TNO, Prognoses van energie en emissies van houtkachels en haarden in woningen tot 2040 (2025), bijlage A.

Wordt dat oude bestand vervangen door Ecodesign-toestellen, dan daalt de landelijke uitstoot met circa 1.700 ton PM2,5 per jaar. De verbodsroute haalt dat bereik niet: alle houtstook binnen de vier grote steden samen (Utrecht, Amsterdam, Rotterdam, Den Haag) is 63 ton per jaar, nog geen 2 procent van het landelijke totaal. De uitstoot zit namelijk niet waar de verboden zijn: de top-10 gemeenten met de hoogste uitstoot zijn allemaal landelijke gemeenten, waar een verbod niet aan de orde is.

Twee beleidsroutes, landelijk effect
Vermeden PM2,5-uitstoot in ton per jaar
Vervanging oude toestellen1.700 ton/jaarVerbod in alle 4 grote steden63 ton/jaarVerbod alleen in Utrecht14 ton/jaar

Bron: eigen berekening op basis van Emissieregistratie 2023 en TNO-emissiefactoren; zie methodologie. Verboden hebben lokaal wél effect: Utrecht raamt 7% minder bijdrage aan de lokale PM2,5-concentratie en ruim 2.000 gezonde levensjaren.

Waarom niet gewoon landelijk verbieden?

Omdat die optie in de praktijk niet bestaat. Het kabinet schreef in 2021 dat het “geen aanvullend stookverbod” overweegt en noemde een stookverbod in 2023 “het primaat van de gemeenten”; ook het Schone Lucht Akkoord kiest voor reductie, niet voor een verbod. Geen enkel Europees land kent een landelijk houtstookverbod, en een verbod op bestaande toestellen stuit juridisch op eigendomsrecht en proportionaliteit. Bovendien hebben 1,2 miljoen huishoudens een haard of kachel, voor een deel als onmisbare of nood-warmtebron. De reële keuze is dus niet “landelijk verbieden of niet”, maar: lokale verboden die minder dan 2 procent raken, of landelijke vervanging die bijna de helft pakt.

Wat kost het, en wat levert het op?

Nederland telt naar schatting nog ruwweg een half miljoen open haarden en kachels van vóór de moderne keuringseisen (schatting op basis van het TNO-kachelparkmodel). Met een complete vervanging van €3.000 tot €5.000 per toestel, inclusief installatie en aanpassing van het rookkanaal, vergt de hele operatie een investering van grofweg €1,5 tot €2,5 miljard, gespreid over jaren en grotendeels privaat gedragen. Daar staat elk jaar opnieuw €165 tot €225 miljoen aan vermeden gezondheidsschade tegenover: maatschappelijk verdient de operatie zichzelf in circa tien jaar terug, en een eventueel subsidiedeel aanzienlijk sneller.

Voor de stoker zelf is vervanging geen kostenpost maar een besparing. Een open haard haalt maar zo'n 10 procent van de warmte uit het hout; 90 procent verdwijnt door de schoorsteen. Een Ecodesign-toestel zit rond de 80 procent. Wie een open haard vervangt heeft voor dezelfde warmte dus tot ruim 85 procent minder hout nodig, en wie een oude conventionele kachel (circa 50 procent rendement) vervangt zo'n 40 procent minder. Een gemiddeld stokend huishouden verbruikt ruim 1.100 kilo hout per jaar (CBS); bij haardhoutprijzen van €100 tot €350 per kuub loopt de besparing voor wie hout koopt al snel in de honderden euro's per jaar.

De rol van de overheid is de ontbrekende schakel. Sinds de ISDE-subsidie voor kachels per 2020 is afgeschaft, bestaat er landelijk geen enkele vervangingsregeling meer; gemeenten subsidiëren wel het verwijderen van kachels (Utrecht tot €1.500, Nijmegen €1.000), maar niet het vervangen. Frankrijk laat met de Fonds Air Bois zien hoe het anders kan: €1.000 tot €4.000 per vervanging van een oud toestel. En het eerlijkheidsargument snijdt twee kanten op: een verbod zonder alternatief raakt lagere inkomens en het buitengebied het hardst, terwijl een gerichte vervangingsregeling met hogere bedragen voor lage inkomens, zoals Utrecht nu al doet met €4.000 voor U-pashouders, die ongelijkheid juist verkleint.

De uitstoot zit niet waar de verboden zijn

De regionale cijfers laten zien waarom stedelijke verboden landelijk weinig veranderen: de grootste uitstoot zit in landelijke gemeenten, niet in de grote steden. Emmen, Land van Cuijk en Súdwest-Fryslân staan bovenaan; de gemeente Utrecht komt met 14 ton niet in de buurt van de top-10.

Per provincie (ton PM2,5, 2023)

Provincieton 
Noord-Brabant 653  
Gelderland 566  
Zuid-Holland 368  
Noord-Holland 356  
Limburg 329  
Overijssel 320  
Fryslân 273  
Drenthe 206  
Groningen 203  
Utrecht 202  
Zeeland 148  
Flevoland 79  
Nederland totaal 3.702  

Top-10 gemeenten (ton PM2,5, 2023)

Gemeenteton
Emmen 42
Land van Cuijk 39
Súdwest-Fryslân 36
Westerkwartier 34
Apeldoorn 30
Het Hogeland 29
Groningen 28
De Fryske Marren 28
Leeuwarden 27
Hoeksche Waard 27

Ter referentie

Gemeenteton
Rotterdam 22
Eindhoven 19
Utrecht 14
Amsterdam 13
Maastricht 10

Bron: RIVM Emissieregistratie, categorie “Vuurhaarden consumenten, sfeerverwarming woning” (T012200), reeks 1990–2023 definitief. Gemeentecijfers zijn modeltoedelingen en afgerond.

Download provinciecijfers (CSV) Download alle 342 gemeenten (CSV)

Wat dit onderzoek niet beweert. Ook een Ecodesign-kachel is niet uitstootvrij; goed stoken (droog hout, de Zwitserse methode, een geveegd kanaal) blijft nodig. Lokale verboden hebben binnen de eigen stad wél effect. En over de gezondheidsschade circuleren uiteenlopende sterftecijfers; het kabinet stelt dat houtstook-specifieke aantallen niet bekend zijn. Daarom rekent dit onderzoek in gemeten emissies en in euro's volgens de officiële CE Delft-systematiek. De conclusie is een vergelijking van de twee routes die echt op tafel liggen: landelijk beleid gericht op vervanging levert per saldo veel meer luchtkwaliteit op dan lokale verboden.

Methodologie

  1. Basis. Houtstook door consumenten (sfeerverwarming woningen) stootte in 2023 3.702 ton PM2,5 uit. Bron: RIVM Emissieregistratie, categorie T012200, reeks t/m 2023 (herziene methode, inclusief condenseerbare deeltjes).
  2. Aandeel oude toestellen. Open haarden veroorzaken circa 25% van de PM2,5-uitstoot (bij 6–7% van het houtverbruik); conventionele en verbeterde kachels samen 30–40%. Bron: PBL/TNO (2025), p. 20. Het aantal oude toestellen (ruwweg een half miljoen) is een eigen schatting op basis van figuur 3.2 uit hetzelfde rapport.
  3. Reductie per toestel. TNO-emissiefactoren (g/GJ): open haard 637, conventioneel 507, verbeterd 221, Ecodesign 93. Vervanging door Ecodesign reduceert per toestel 58 tot 85 procent. TNO: “scheelt al gauw een factor vijf”. Rendementen (RVO Kennisdocument Houtstook): open haard ~10%, conventioneel ~50%, verbeterd ~70%, DINplus/Ecodesign ~80%, pellet ~85%.
  4. Scenario. Alle open haarden en conventionele/verbeterde kachels vervangen door Ecodesign, bij gelijkblijvend houtverbruik. Besparing: 37% (laag), 46% (midden), 50% (hoog) van de totale uitstoot, oftewel 1.400 tot 1.900 ton per jaar.
  5. Vergelijking verbodsroute. Houtstook binnen de gemeente Utrecht: 14 ton per jaar; Utrecht + Amsterdam + Rotterdam + Den Haag samen: 63 ton, 1,7% van het landelijke totaal (Emissieregistratie 2023). Een verbod elimineert maximaal de uitstoot binnen de eigen gemeentegrens.
  6. Gezondheidswaarde. 1.700 ton × €121 per kg PM2,5 (centrale waarde, CE Delft, Handboek Milieuprijzen 2023) ≈ €200 miljoen per jaar; bandbreedte €100–320 miljoen. Eigen berekening.
  7. Kosten en besparing. Vervangingskosten €3.000–5.000 all-in per toestel (marktprijzen branche, 2026) en houtverbruik 1.101 kg per stokend huishouden (CBS, WoON 2018) zijn indicatief; de programmaraming (€1,5–2,5 mrd) is een eigen berekening met die bandbreedtes.
  8. Consistentie. Na het scenario resteert circa 2.000 ton; PBL/TNO raamt voor 2035 nog 2.700 ton via natuurlijk verloop. Versnelde vervanging haalt dus meer dan tien jaar verjonging naar voren.

Onzekerheden. De emissie-aandelen per toesteltype kennen bandbreedtes; die zijn hierboven vermeld. Regionale cijfers zijn modeltoedelingen op basis van woningvoorraad en de WoON-enquête, geen metingen. Wij hanteren consequent de herziene rekenmethode van de Emissieregistratie en mengen geen cijfers van vóór die revisie. Over vroegtijdige sterfte door houtstook circuleren schattingen tot 2.700 per jaar (Hein, WUR, 2022); het kabinet stelt dat exacte aantallen niet bekend zijn (Kamerbrief houtstook, oktober 2023). Wij nemen daarom geen sterftecijfer als rekenbasis.

Michael Janssen
Over de auteur
Michael Janssen is opgeleid als chemisch ingenieur en werd in 2011 gegrepen door de wereld van verwarming en rookkanalen. Hij bouwde zijn kennis op als consultant voor rookgasafvoer in Nederland, Engeland, Duitsland en Frankrijk en leidt nu een team van specialisten bij onder meer Kachelconcurrent.com. Lees meer over Michael · LinkedIn.

Voor de pers

Het volledige persbericht, tabellen, grafieken en beeldmateriaal zijn beschikbaar voor redacties. De cijfers per provincie en gemeente zijn vrij herbruikbaar met bronvermelding (“Kachelmonitor 2026 / Kachelconcurrent.com / RIVM Emissieregistratie”). Contact: Michael Janssen, michel@nice-warm.com, +31(0)641338873